In de tabel staat het resultaat van een steekproef van 64 meisjes, waarvan de lengte is bepaald.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

a. Bepaal het gemiddelde en de standaardafwijking.

b. Teken een boxplot, kun je uit de boxplot afleiden of de lengten normaal verdeeld zijn?

c. Verdeel de gegevens in klassen van 5 breed en begin de eerste klasse bij 140

d. Schrijf de eerste drie klassen in de intervalnotatie.

e. Maak een tabel van klassenmiddens en de frequenties.

f. Teken het bijbehorende frequentiepolygoon

g. het relatieve frequentiepolygoon,

h. Teken het bijbehorende somfrequentiepolygoon, maak daarvoor eerst een tabel.

i. Teken het bijbehorende relatieve somfrequentiepolygoon, maak eerst een tabel.

j. Gebruik het relatieve somfrequentiepolygoon om een boxplot te tekenen.

 

  • maak eerst je lijsten leeg met MEM ClrList ENTER
  • Als je lijsten een gekke volgorde hebben of L1 bijvoorbeeld ontbreekt , kun je ze goed zetten met STAT SetUpEditor ENTER

·         Gebruik STAT EDIT , L1 voor de waarden en L2 voor de frequentie (in

dit geval bij alles 1). Je kunt getallen in de lijsten op volgorde zetten met STAT SortA L1,L2

Berekeningen voor vraag a en b laat je de GR doen met

STAT CALC 1-Var Stats L1,L2. Controleer of je alle getallen hebt ingevoerd bij n, deze moet hier 64 zijn.

  • Voor c maak je gebruik van STAT PLOT, zet Plot1 aan kies als Type het staafdiagram, de Xlist is L1 , de Ylist is L2.

Ga nu naar Window, zet Xmin op 140 (hiermee bepaal je de onderste klassengrens van de eerste klasse; Xmax op 180 (bovenste klassengrens van de laatste klasse)en Xscl op 5 (hiermee bepaal je de klassenbreedte). Zet Ymin op 0 en kies voor Ymax een zodanige waarde dat je hoogste staaf goed in beeld hebt.

Met TRACE kun je van staaf naar staaf springen. Van elke klasse wordt dan de grenzen gegeven en de frequentie.

  • De GR kan je ook helpen bij het maken van de tabel voor de relatieve frequenties. Zet de klassenmiddens in L3 en de frequenties in L4.

Ga nu in L5 boven de streep staan met behulp van de toets, er staat dan L5 = onder in het scherm. Daar komt L5 = 100*L4 /sum(L4). sum vind je onder LIST MATH. Je kunt de GR het relatieve frequentiepolygoon laten tekenen via STAT PLOT, de gegevens komen dan uit L3 en L5 .

  • Je kunt ook een lijst voor je laten sommeren. Je gaat ook nu in een lijst boven de streep staan, bijvoorbeeld in L6. Je moet daar dan L6 = cumSum(Lx) invullen. cumSum vind je onder LIST OPS. Bedenk welke somfrequenties je krijgt als daar nu L4 invult en welke als L5 invult.
  • De GR maakt een “fout” als je één van de somfrequentiepolygonen laat tekenen met L3 als waarden, want de frequenties komen dan boven de klassenmiddens en ze horen bij een somfrequentiepolygoon boven de hoogste klassengrens. Hoe kun je dat oplossen?