HANDLEIDING TABEL MAKEN volgens de voorwaarden van Natuurkunde

 

·        OPMAAK VAN DE GRAFIEK

·        OPDRACHTEN  GRAFIEKEN MAKEN OP DE COMPUTER (C010)

·        FOUTENLIJST

 

Een tabel voor een verslag moet aan de volgende voorwaarden voldoen:

1 De titel van de proef moet er boven staan.

2 Eventueel staan er ondertitels onder voor de verschillende meetseries.

3 Boven iedere kolom moet de grootheid en de eenheid staan.

4 Sommige kolommen kun je uitrekenen met Microsoft Excel.

 

Een voorbeeld van een goede tabel zie je hieronder:

Een oefenproef

 

Meetserie 1

Meetserie 2

 

Stroomsterkte = 4,4 A

Stroomsterkte = 6,6 A

kracht

volume

1/volume

volume

1/volume

F in N

V  in liter

1/V in 1/liter

V  in liter

1/V in 1/liter

0,0

25,0

0,0400

50,0

0,0200

10,0

22,9

0,0437

42,6

0,0235

20,0

20,4

0,0490

38,1

0,0262

30,0

18,6

0,0538

33,3

0,0300

40,0

17,5

0,0571

30,0

0,0333

50,0

15,8

0,0633

27,1

0,0369

60,0

15,0

0,0667

25,0

0,0400

70,0

13,5

0,0741

23,2

0,0431

80,0

13,0

0,0769

21,6

0,0463

90,0

12,5

0,0800

20,0

0,0500

100,0

12,0

0,0833

19,1

0,0524

 

Technieken die je nodig hebt het maken van een tabel:

 

1 Getallen intikken                                          Gebruik echte komma’s.

 

2 Fout herstellen                                            Klik op het kromme pijltje  in de werkbalk.

 

3 Breedte van de kolommen veranderen.           Selecteer de kolommen. Klik in werkbalk Opmaak Kolom Breedte

 

4 Cellen samenvoegen                                    Selecteer de cellen. Klik in werkbalk op  samenvoegen en centreren.

 

5 Aantal cijfers achter de komma instellen        a Selecteer de cellen.

b Klik rechts.

c Kies celeigenschappen.

d Kies tabblad “getal”

e Kies bij categorie voor “getal”

f Stel het aantal decimalen in.

 

6 Kolommen selecteren die niet naast elkaar staan.

Houd de <ctrl>toets ingedrukt terwijl je de cellen selecteert. Dit is b.v. handig als je de decimalen voor meerdere kolommen tegelijk wilt instellen.

                                                                                  

7 Getallen uitrekenen met een formule                           

Een formule begint in Excel met een = teken. / betekent delen, * betekent vermenigvuldigen, ^ betekent machtsverheffen.

Stel dat de getallen in kolom A gedeeld moeten worden door de getallen in kolom B en dat de uitkomst in kolom C terecht moeten komen.

a Selecteer de cellen waar de uitkomsten moeten komen. Eén cel wordt dan wit en de rest van de kolom krijgt een andere kleur.

b Tik   =A6/B6 als cel C6 de witte cel is.

c Klik <CTRL><Enter>tegelijk dan rekent hij in één keer de hele kolom uit. Zie ook reeks doorvoeren

 

8 Rijen invoegen en verwijderen            a Selecteer een rij. Dit doe je door helemaal links op een nummer te klikken.

                                                         b Klik rechts.

                                                         c Kies “invoegen” of  “verwijderen”.

 

9 Opmaak                                          a Selecteer alle cellen die wilt opmaken.  Zie ook opmaak cel

b Stel in de werkbalk het lettertype in op Arial.

c Titels moeten vet.(Bold).

d Lettergrootte van de titel b.v. 14, ondertitels 12 en getallen 10.

e Grootheid en eenheid moeten recht boven de getallen staan.

    Hiervoor maak je gebruik van  centreren of  rechts uitlijnen.

 

10 Superscript en subscript                 a Superscript zoals in dm3 en subscript  zoals in H2O maak je als volgt:

b Typ “dm3”.

c Selecteer “3”.

d Kies in de werkbalk “opmaak”, “celeigenschappen”.

e Vink “superscript” aan in klik op “OK”.

f Voor superscript 2  en 3 kan het vanaf Windows XP ook korter: gebruik de rechter Alt-toets in combinatie met de 2 of de 3. 

 

11 Voorbereiding afdrukken tabel          a Kies in de werkbalk Bestand,      Afdrukvoorbeeld.

b Je kunt nu goed zien of alles er op past.

c Kies sluiten.

d Als het goed is zie je nu stippellijnen rechts en onder lopen. Daaraan kun je zien hoe groot 1 pagina is.

e Zie je geen stippellijnen dan kun aanhouden dat de breedte tweederde van je beeldscherm is en de hoogte tot en met regel 49.

 

Aandachtspunten bij het maken van een tabel

·                Gebruik komma’s.

·                Kopjes en getallen centreren.

·                Aantal decimalen instellen.

·                Titel vet en groter.

·                Formules beginnen met een = teken

·                Veel dingen kun je instellen door te selecteren, werkbalk opmaak, celeigenschappen. 

 

De metingen die je in een tabel hebt uitgezet kun je vervolgens verwerken in een grafiek. Hieronder zie je een voorbeeld van een goede grafiek:

 

 

Het maken van een basisgrafiek:

1 Komma’s.

Controleer of je komma’s hebt gebruikt in de tabel.

 

2 Grafiektype.

 

a Selecteer een 1eeg vakje.

b Klik op de wizard grafieken

c Stap1 Grafiektype: Kies altijd grafiektype “spreiding” en subtype “losse punten”

 

3 Gegevens uit de tabel in de grafiek

 

a Stap 2 Gegevensbron, Tabblad gegevensbereik: vul bij gegevensbereik niets in. Wanneer je gegevens in kolommen staan klik je op kolommen anders op rijen.

b Tabblad reeks Kies toevoegen.(Wanneer er al een reeks staat verwijder je eerst alle reeksen).

c Typ in de bovenste regel “Naam” de naam in van meetserie 1. Dat moet zo kort mogelijk. Wanneer je maar één meetserie hebt hoef je hier niks in te vullen.

d Ga in het vakje achter ‘x-waarden’ staan.

e Selecteer de metingen van de eerste serie die bij de x-as horen. Lees in de opdracht nog eens wat op de x-as moet.

f Herhaal dit voor de Y-waarden.

g Klik op toevoegen en herhaal alles voor de tweede

   meetserie.

 

4 Titels, grootheden, eenheden, rasterlijnen, legenda.

 

a Stap 3: Grafiekopties, Tabblad Titels: vul de titel van de proef en de grootheden en eenheden bij de assen in; zie het plaatje hieronder. Lees nog eens goed in de opdracht wat er horizontaal en verticaal moet komen en controleer of de metingen er goed in staan. Vanaf Windows XP kun je zoiets als cm3 krijgen door de rechter Alt-toets tegelijk in te drukken met de 3.

b Tabblad Assen. Waardeas (X) en Waardeas (Y) moeten aangevinkt zijn.

c Tabblad Rasterlijnen: Vink alles aan.

d Tabblad Legenda. Kies “onder”. Later kun je de legenda zonodig nog verplaatsen of verwijderen.

e Tabblad Gegevenslabels. Niets aanvinken. (Excel2000:kies “geen”).

 

 

 

 

 


                                                         

 

 

 

5 Grafiek zo groot mogelijk.

Stap 4 Locatie: Meestal is de beste keus “Als een nieuw blad”omdat je dan een grote grafiek krijgt. Alleen als je tabel en grafiek op één blad wilt hebben, kies je voor ”Als object in”.

 
6 Fouten herstellen.

Klik in de werkbalk op “grafiek” . In het uitrolmenu kun je dan weer kiezen tussen “grafiektype”, “brongegevens”, “grafiekopties” en “locatie”. Je kunt ook rechts klikken op de buitenkant van de grafiek.

 

7 Gemiddelde lijn tekenen.

 

Hier zijn twee mogelijkheden:

het is een rechte lijn of het is een kromme lijn.

Probeer altijd eerst of een rechte lijn goed past. Kijk naar het rechterrijtje figuren. Er mogen best punten naast de lijn liggen. Dat zijn meetonnauwkeurigheden. Vraag je ook altijd af of de lijn door de oorsprong (0,0) hoort te gaan. Zonodig dwing je hem door de oorsprong te gaan.

Wanneer het een kromme lijn moet worden ga je door naar punt 8.

 

echte gemiddelde lijn

 

 

a Klik rechts op een meetpunt.

b Kies “Trendlijn toevoegen”.

   Tabblad Type. Kies lineair. Klik op Ok.

c Klik rechts op de lijn.

d Kies “Trendlijn opmaken”.

   Tabblad Patronen. Lijn: aangepast, Stijl: ___ , Kleur: automatisch,  Dikte: de op een na dunste.

Tabblad Opties

·                Trendlijnnaam: automatisch.

·                Voorspelling: hiermee kun je de lijn extrapoleren (= naar voren en achteren verlengen) Lees op de horizontale as af hoeveel je de lijn naar links of naar rechts wilt verlengen.

·                Snijpunt met de y-as instellen op 0: dit vink je alleen aan als je zeker weet dat de lijn door de oorsprong (0,0) moet gaan. B.v. als het volume van een blokje 0 is dan is zijn massa ook 0.

·                Vergelijking weergeven: aanvinken.

·                R-kwadraat weergeven: niet aanvinken. (R2 geeft aan hoe goed de berekende functie bij de meetpunten past. Als alle punten perfect op de grafiek van de berekende functie liggen, dan heeft R2 de waarde 1. Als de functie heel slecht bij de meetpunten past, dan heeft R2 de waarde 0.)

e Herhaal alles voor de andere meetserie.

8 Kromme gemiddelde lijn

a Print de grafiek uit met losse punten.

   (eventueel verbeter je eerst de opmaak: zie de volgende paragraaf)

b Teken met gepunt potlood een gladde kromme zonder al teveel bochten.

c Vraag jezelf van tevoren af of de lijn door de oorsprong moet.

d Het is mogelijk om bij “Trendlijn toevoegen”, tabblad Type iets anders dan lineair te kiezen. Soms kun je de computer dan een goed passende kromme gemiddelde lijn laten tekenen. Dit werkt echter niet altijd. Dit is een kwestie van proberen.

9 Probleem: er loopt een kronkellijntje.

Beweeg met je muis langzaam op een meetpunt totdat het labeltje  “reeks punt …” verschijnt. Klik rechts en kies “gegevensreeks opmaken” Tabblad “patronen”. Stel ”lijn” in op “geen”.

 

 

 

 

Je basisgrafiek is nu klaar. Sla hem op. Voor een snelle grafiek is dit voldoende en mag je hem uitprinten. Print ook de tabel uit en voeg die erbij.

 

Wanneer de grafiek bedoeld is voor een verslag of het moet om een andere reden netjes, dan ga je de opmaak verder verbeteren. Hoe dit moet staat in de volgende paragraaf.

 

Aandachtspunten bij het maken van een grafiek

·       Grafiektype spreiding en losse punten.

·       Grootheden en eenheden bij uiteinden van de assen.

·       Lees in de opdracht wat horizontaal moet.

·       Een titel erboven. Dit is meestal de naam van de proef.

·       Locatie: als nieuw blad, dan wordt de grafiek zo groot mogelijk.

·       Bij een gemiddelde lijn mogen er punten naast de lijn liggen. Dat zijn meetonnauwkeurigheden.

·       Een kromme lijn teken je met gepunt potlood.

·       Voor een rechte lijn gebruik je een trendlijn.

·       Laat de vergelijking van de lijn weergeven.

·       Oorsprong: Bedenk of de lijn door (0,0) moet . Als x nul is, is y dan ook nul?

·       Extrapoleren: Laat de lijn een stukje doorlopen voorbij het laatste meetpunt. 

 

OPMAAK VAN DE GRAFIEK

 

10 Tekengebied (wat nu grijs is) in orde maken.

a Rechtsklik in het grijze gebied en kies “tekengebied opmaken”. Wanneer dit niet lukt moet je tijdelijk de rasterlijnen verwijderen

b Stel rand  “geen” en kies voor de achtergrond kleur van het vlak wit. Dit maakt het makkelijker om er later zelf nog in te schrijven of te tekenen.

c Kies bestand, pagina-instelling.

d Tabblad pagina: Hier kun je naar keuze je grafiek staand of liggend laten afdrukken.

e Tabblad marges: Stel de marges boven, onder, link en rechts op nul.

f  Tabblad grafiek: volledige pagina gebruiken.

11 Meetpunten opmaken.

Wanneer het volgende niet lukt moet je eerst bij grafie/grafiekopties de rasterlijnen tijdelijk uitvinken. Na afloop vink je ze dan weer aan.

a Houd de muis bij een meetpunt totdat je “Reeks… “ ziet. Rechtsklik en kies “gegevenreeks opmaken”.

b Tabblad patronen

·                   Lijn: geen.

·                   Markering: aangepast, Nu eerst: Achtergrond: wit, Voorgrond: automatisch, Stijl: bij voorkeur x of +.

·                   Grootte: 8 punten.

·                   Schaduw: uitvinken.

c Aan de overige tabbladen hoef je niets te doen.

d Herhaal dit voor iedere meetserie punten.

12 Raster opmaken

Er zijn twee soorten rasterlijnen. De primaire rasterlijnen lopen bij een getal op de as. De secundaire rasterlijnen zijn de lijnen ertussen.

a Vink in het menu bij grafiek/grafiekopties de secundaire rasterlijnen uit.

b Rechtsklik op een horizontale primaire rasterlijn. Kies “Raster opmakentabblad patronen.

·                       Lijn aangepast.

·                       Stijl _______

·                       Kleur rood (mits je een kleurenprinter hebt)

·                       Dikte: op één na dunste

c Herhaal dit voor de primaire verticale rasterlijn.

d Vink bij grafiek/grafiekopties de secundaire rasterlijnen weer aan.

e Rechtsklik nu op een horizontale secundaire rasterlijn. Herhaal alles maar kies bij dikte: de dunste.

f Doe het zelfde voor de verticale secundaire rasterlijn.

13 Assen opmaken.

a Klik met je rechtermuisknop op de getallen van de x-as (horizontaal) en kies “As opmaken”.

b Tabblad Patronen:

·            Lijnen: aangepast, stijl ____, kleur automatisch, dikte derde van boven.

·            Primaire maatstreepjes kruisend.

·            Secundaire maatstreepjes geen.

·            Maatstreeplabels naast de as.

c Tabblad Schaal

·            Alles uitvinken behalve “Waarde Y snijdt bij 0” (zie hiervoor de volgende afbeelding).

·            Vul zelf geschikte waarden in voor het minimum en het maximum. Zorg daarbij dat het gebied waar geen meetpunten liggen beperkt blijft.

·            De primaire eenheden geven aan waar de getallen staan. Zorg voor eenheden waarmee het makkelijk rekenen is; 1, 2, 5,  10, 20, 50, 0.1, 0.2, 0.5 enz. Er moeten langs een as 14 tot 20 getallen staan.

·            De secundaire eenheden zijn de tussenliggende streepjes. Probeer voor de secundaire eenheden op millimeters uit te komen. Maak ze bij voorkeur tien keer kleiner dan de primaire eenheden. Maak zonodig een proefuitdraai op de printer.

·            Weergave eenheden: geen. Wanneer de getallen erg groot worden langs de assen kun je beter de eenheden aanpassen b.v. kilometer in plaats van meter.

d Tabblad Lettertype

·            Lettertype arial, tekenstijl vet, punten 8.

·            Onderstrepen geen, kleur automatisch, achtergrond automatisch.

·            Effecten: niets aanvinken.

·            Automatisch schalen: aanvinken.

e Tabblad getal Categorie: getal, Kies het aantal decimalen zodanig     dat het overzichtelijk wordt. Geen overbodige nullen dus, maar wel zo dat de getallen bij de as allemaal verschillend zijn. Niets aanvinken.

f Tabblad uitlijning Automatisch: aanvinken.

g Y-as opmaken Dit gaat op dezelfde manier als de x-as. De getalwaarden zijn alleen anders.

 

 

14 Titel, grootheden met eenheden en legenda opmaken.

a Rechtsklik op de grootheid en de eenheid van de y-as. Kies “Astitel opmaken”.

b Tabblad Patronen

·               Rand: aangepast, type: ____, dikte: de op één na dunste.

·               Schaduw: aanvinken.

·               Vlak: wit.

c Tabblad Lettertype

·             Lettertype: arial, Tekenstijl: vet, Punten: 8. De grafiektitel moet echter groter: punten 12.

·             Onderstrepen: geen, Kleur: automatisch, Achtergrond: automatisch.

·             Effecten: niet aanvinken. Je kunt dit gebruiken bij b.v. m2. Selecteer daarvoor alleen het tweetje en rechtsklik. Kies “as opmaken” en vink in het tabblad lettertype “superscript aan”.

·             In de tekstverwerker “Microsoft Word” kun je superscript verkrijgen door de toetsen <ctrl><shift><+> tegelijk in te drukken en subscript met <ctrl><=>. Met dezelfde toetsen sluit je dit ook weer af.

·             Automatisch schalen: aanvinken.

d Tabblad Uitlijning

·               Tekst uitlijning gecentreerd.

·               Stand 0 graden.

·               Tekstrichting “context”. (ontbreekt in Excel 2000)

e Herhaal alles voor de x-as, de legenda en de titel.

f Plaatsing

·             Sleep de grootheid met de eenheid vlak voor het uiteinden van de as. Is er links van de as te weinig plaats dan mag je hem ook in het raster rechts van de as plaatsen.

·             Legenda. Bij veel lijnen in een grafiek kun je de legenda ook rechts plaatsen. Rechtsklik hiervoor op de legenda en kies het tabblad “plaatsing”.

 

 

15 Vergelijking van de trendlijn opmaken.

a Rechtsklik op de vergelijking en kies “gegevenslabels opmaken”.

b Tabblad patronen als bij 14b,

c Tabblad lettertype als bij 14c.

d Tabblad getal Categorie: getal, aantal decimalen: zorg dat iedere term uit minimaal twee cijfers bestaat die niet nul zijn.

e Tabblad uitlijning als bij 14d.

f Plaatsing: bij de uiteinden van de lijn maar niet op de lijn.

16 Afdrukken

Druk nu tabel en grafiek af. Zet op school tussen haakjes je naam achter de titel van de grafiek. Dan kun je zien dat het jouw grafiek is als hij uitgeprint is.

 

Aandachtspunten bij de opmaak van een grafiek

·                Grafiek zo groot mogelijk: marges op nul.

·                Achtergrond moet wit zijn.

·                Asafsnijding: zelf minimum en maximum bepalen.

·                Raster fijn maken.

·                Lettertype arial, 8-punts vet bij alles behalve de titel.

 

FUNCTIE BIJ EEN NIET LINEAIRE GRAFIEK

 

In het onderdeel ‘grafiek maken’ werd gezegd dat je bij een lineaire grafiek een functie kunt laten berekenen. Bij niet lineaire grafieken kan dit ook, maar dan moet je wel een vermoeden hebben van het verband tussen de twee grootheden.

 

t (s)

s (m)

0,00

0,000

0,10

0,060

0,20

0,230

0,30

0,515

0,40

0,910

0,50

1,425

 

 

 

 

 

 

 

 

Bij het verband tussen de valtijd en valafstand (zie de tabel hiernaast) kun je laten zien dat het een kwadratisch verband is door de constante s/t2 te berekenen.

Op dat moment zijn er twee mogelijkheden.

-            De grafiek rechttrekken door t2 op de horizontale as te zetten.

-            De kwadratische functie laten berekenen door Excel.

 

Bij de eerste manier zet je t2 op de horizontale en s op de verticale as. Vervolgens kun je stap 7 van het onderdeel ‘grafiek maken’ doorlopen. De vergelijking die je dan vindt is:

s = 5,6997 · t2

 

In het tweede geval maak je gewoon een (s,t)-diagram en kies je bij de optie ‘Trendlijn toevoegen’ de polynoom van de 2e graad. Je krijgt dan de grafiek zoals hieronder is weergegeven. De functie die je nu vindt is:

s = 5,6696 · t2 + 0,0109 · t + 0,0009

 

 

Je ziet dat de functies iets van elkaar verschillen, ondanks dat ze allebei R2 = 1 hebben. Aangezien je metingen zelf in twee significante cijfers zijn, geef je de constanten in de formule ook in 2 significante cijfer. Aangezien we hier op zoek zijn naar een kwadratisch verband, geven als verband tussen s en t:

 

                                                                  s = 5,7 · t2

 

Bij stap 7 kun je kiezen voor de volgende verbanden:

Logaritmisch:       y = a×ln x + b                          Lineair: y = a×x + b

Macht:       y = a×xb                                   Exponentieel: y = a×eb×x

Polynoom :           y = a + b×x + c×x2 + d×x3 + … (afhankelijk van de graad die je kiest)

 

 

OPDRACHTEN

GRAFIEKEN MAKEN OP DE COMPUTER (C010)

Als Word bestand >>>

 

Vragen:

1.         Noem drie punten uit de aandachtspuntenlijst die er voor zorgen dat je een grafiek zo precies mogelijk kunt aflezen.

2.         Wat moet er bij de uiteinden van de assen staan?

3.         Leg uit waarom een schaalverdeling van 3 per 10 mm niet handig is.

4.         Leg uit waarom er soms punten naast de lijn liggen.

5.          Iemand maakt een grafiek van de massa en volume van blokjes die van dezelfde stof gemaakt zijn. Leg uit of de grafiek in de oorsprong (0,0) moet beginnen.

6.          In iedere grafiek hieronder ontbreken wat zaken. Schrijf het met potlood erbij of teken het. Wanneer je niet precies kunt weten wat er dan wel moet staan schrijf je in ieder geval op wat er ontbreekt.

 

a Wat ontbreekt?

.………………………………………………..

 

…………………………………………………

b Wat ontbreekt?

.…………………………………………………

 

…………………………………………………

c Wat ontbreekt?

.………………………………………………

 

…………………………………………………

d Wat ontbreekt?

.…………………………………………………

 

…………………………………………………

e Wat ontbreekt?

.………………………………………………..

 

…………………………………………………

f Wat ontbreekt?

.…………………………………………………

 

………………………………………………….

CONTROLE

 

Proefje vraag 7

Massa in g

Volume in cm3

4,0

2,0

10,2

5,1

12,8

8,1

20,0

10,0

24,0

12,0

 

Vraag 7

Maak de tabel hierboven in Excel volgens het stappenplan hieronder.

a.    Open Excel op een nieuw blad en sla dit op in de map die de docent vertelt onder de naam “klasachternaam”. Sla daarna om de vijf minuten op door op het disketteteken te drukken.

b.    Zoek in de “Handleiding Grafieken en Tabellen” de bladzijde op die als titel heeft: “Handleiding tabel maken.”

c.    Typ de tabel hierboven over. Hoe je een fout moet herstellen of de breedte van een kolom moet veranderen staat bij punt 2 en 3 van de handleiding.

d.    Selecteer alles en centreer alles.

e.    Stel het aantal cijfers achter de komma in op het aantal cijfers dat hierboven ook staat. Hoe dit moet staat in punt 5 van de handleiding. Sla je tabel op en laat hem CONTROLEREN.

 

8 Maak van de tabel hierboven een grafiek die aan de volgende eisen voldoet:

·                                           horizontaal volume in cm3

·                                           verticaal massa in gram

Vergeet niet om regelmatig alles op te slaan. En eventueel een backup-bestand te maken.

 

a.    Zoek in de “Handleiding Grafieken en Tabellen” de bladzijde op die als titel heeft: “Handleiding grafiek maken.”

b.    Open als dat nog niet gebeurt is, je Excel werkblad met de tabel van vraag 7.

c.    Volg nu de handleiding  punt 2 tot en met 7d.

 

9 Neem de volgende tabel over in Excel precies zoals hij hier staat; dus horizontaal.

Blokjes

Massa m in kg

4,3

6,4

8,3

9,4

10,8

15,7

Volume V in dm3

12,9

19,6

24,2

27,0

33,8

48,2

 

10 Maak van de tabel hierboven een grafiek met als titel “blokjes”:

      Zet volume in dm3 horizontaal en massa in kg verticaal.

Gebruik de “Handleiding grafiek maken punt 1 tot en met 7 d. Laat regelmatig controleren en sla alles regelmatig op.

 

11 Maak bij de grafiek van vraag 10 nu ook de opmaak in orde. Voer dus punt 10 tot en met 15 van de handleiding uit.

 

12 Neem de volgende tabel over in Excel.

Verwarmen van vloeistoffen

 

water              kwik

tijd t

Temperatuur T

Temperatuur T

in s

in EC

in EC

0,0

20,0

20,0

30,0

41,1

62,6

60,0

60,1

100,1

90,0

74,3

143,3

120,0

88,6

180,0

150,0

94,3

227,1

180,0

97,1

260,0

210,0

99,5

300,8

240,0

100,0

336,5

270,0

100,0

367,2

300,0

100,0

390,4

 

 13 Maak van de tabel hierboven een volledig opgemaakte grafiek met:   horizontaal de tijd in s en   verticaal de temperatuur in oC. 

Je hebt nu te maken met twee meetseries. Dat betekent dat je bij punt 3 van de “Handleiding grafieken” een tweede meetserie moet aanmaken. Je moet dus ook twee trendlijnen maken.

Dit worden kromme lijnen dus maak geen trendlijnen maar print de grafiek met losse punten uit en teken de lijnen met de hand. Laat regelmatig controleren en sla alles regelmatig op.

 

Een oefenproef

 

 

 

 

 

 

Meetserie 1

Meetserie 2

 

Stroomsterkte = 4,4 A

Stroomsterkte = 6,6 A

kracht

volume

1/volume

volume

1/volume

F in N

V  in liter

1/V in 1/liter

V  in liter

1/V in 1/liter

0,0

25,0

 

50,0

 

10,0

22,9

 

42,6

 

20,0

20,4

 

38,1

 

30,0

18,6

 

33,3

 

40,0

17,5

 

30,0

 

50,0

15,8

 

27,1

 

60,0

15,0

 

25,0

 

70,0

13,5

 

23,2

 

80,0

13,0

 

21,6

 

90,0

12,5

 

20,0

 

100,0

12,0

 

19,1

 

 

14 Maak de tabel hierboven in Excel volgens de “Handleiding tabel maken”.  De derde en de vijfde kolom laat je door het programma uitrekenen. Hoe dit moet staat in punt 7 van de handleiding. Pas op dat je cellen samenvoegt en geen kolommen! Vraag zonodig hulp.

 

15 Maak van de tabel hierboven een grafiek die aan de volgende eisen voldoet:

·       horizontaal 1/volume in 1/liter

·       verticaal de kracht in Newton

·       Beide meetseries moeten in de grafiek verwerkt worden. Je krijgt dus twee lijnen.

·       Verder willen we de lijnen door laten lopen tot x = 0 (de y-as). Dat betekent dat we negatieve y-waarden kunnen krijgen. Tip: laat de y-as beginnen bij -100.

·       Vergeet niet om regelmatig alles op te slaan. En eventueel een backup-bestand te maken.

 

16 Maak in de tabel van vraag 12 hierboven een nieuwe kolom voor temperatuurverschil in°C. Gebruik een formule (=teken) om de dichtheden door Excel uit te laten rekenen.

 

De formule luidt: temperatuurverschil = temperatuur kwik – temperatuur water

 

Kijk nog eens bij de handleiding voor tabellen maken bij punt 7 hoe dat moet.

 

17 Maak in de tabel van vraag 9 hierboven een nieuwe rij voor dichtheid in kg/dm3. Gebruik een formule om de dichtheden door Excel uit te laten rekenen. De formule luidt:

 

18 Maak een grafiek met als titel “De fiets” van de onderstaande tabel. Horizontaal moet de tijd in s staan en verticaal snelheid in m/s. Bepaal van de grafiek die hoort bij de tabel hieronder het snijpunt met de x-as.

 

Snelheid v in m/s

9,3

11,4

13,3

14,4

15,8

20,7

Tijd t in s

14,9

21,6

26,2

29,0

35,8

50,2

 

19 Maak in de tabel van de vraag hierboven een nieuwe rij voor afstand in m. Gebruik een formule om de dichtheden door Excel uit te laten rekenen. De formule luidt:

Afstand = snelheid x tijd  

 

 FOUTENLIJST

 

Het moet uiteindelijk zoiets worden zoals de grafiek op blz 3 van het grafiekboekje. Achter iedere fout staat waar in de handleiding je moet zijn om het te verbeteren.

 

1.              Het aantal cijfers achter de komma is niet bij alle getallen in een kolom hetzelfde. (blz.4 punt 5).

2.              Alles moet gecentreerd. (blz. 5 punt 9e).

3.              Je hebt de getallen in de nieuwe rij of kolom niet met een formule door het programma laten uitrekenen. (blz. 4 punt 7).

4.              In je grafiek zitten rare fouten. Dat komt omdat je in de tabel punten hebt gebruikt in plaats van komma’s. (blz 4 punt 1).

5.              Je hebt het verkeerde grafiektype. Klik op de grafiek en kies bovenaan in het menu “grafiek, grafiektype”. Kies “spreiding” en bij subtype losse punten.

6.              Je hebt de verkeerde kolommen geselecteerd. Lees de opdracht nog eens goed; wat moet horizontaal (x-as) en wat verticaal (y-as). Klik op de grafiek en kies bovenaan in het menu “grafiek, brongegevens”. (zie verder blz 6 punt 3).

7.              Er zit een rare fout in je grafiek. Dit komt omdat je in de tabel ook de kopjes hebt geselecteerd. Je moet alleen getallen selecteren. Klik op de grafiek en kies bovenaan in het menu “grafiek, brongegevens”. (zie verder blz 6 punt 3).

8.              Je bent een grootheid of een eenheid vergeten. Klik op de grafiek en kies bovenaan in het menu “grafiek, grafiekopties”. (zie verder blz 6 punt 4a).

9.              Je bent de rasterlijnen vergeten. Klik op de grafiek en kies bovenaan in het menu “grafiek, grafiekopties”. (zie verder blz 6 punt 4c).

10.          De legenda moet eronder staan vanwege de ruimte. Rechtsklik erop.

11.          De grafiek is veel te klein. Klik op de grafiek en kies bovenaan in het menu "grafiek, locatie, als nieuw blad".

12.          Je bent de lijn vergeten. (blz. 8,9 punt 7).

13.          De lijn is te dik. (blz. 9 punt 7d).

14.          Je bent de vergelijking van de lijn vergeten. (blz. 9 punt 7d).

15.          Je lijn moet doorlopen tot de y-as. (blz. 9 punt 7d).

16.          Je lijn moet iets naar rechts verlengd worden. (blz. 9 punt 7d).

17.          Je lijn moet door de oorsprong gedwongen worden. (blz. 9 punt 7d).

18.          De lijn moet krom zijn in plaats van recht. (blz. 9 punt 8).

19.          De lijn moet recht zijn i.p.v. krom. (blz. 9 punt 7).

20.          Er loopt een kronkellijntje door de punten. (blz. 9 punt 9).

21.          Het tekengebied moet wit. (blz. 10 punt 10).

22.          De tekengebied van de grafiek moet groter. (blz. 10 punt 10 c, e).

23.          Gebruik + of x voor de meetpunten. (blz. 10 punt 11).

24.          Wanneer je twee lijnen hebt moet je ook twee soorten tekens gebruiken. Bij

de ene kruisjes en bij de ander b.v. plusjes. (blz. 10 punt 11).

25.          Je rasterlijnen zijn te dik. (blz. 10 punt 12).

26.          De primaire en de secundaire rasterlijnen zijn even dik. (blz. 10 punt 12).

27.          De horizontale schaalverdeling moet fijner verdeeld worden. De secundaire

eenheid moet tien keer zo klein als de primaire eenheid. (blz 10,11 punt 13 a,c).

28.          De verticale schaalverdeling moet fijner verdeeld worden. De secundaire

eenheid moet tien keer zo klein als de primaire eenheid. (blz 10,11 punt 13 a,c).

29.          Er  moeten meer getallen op de horizontale as staan. (blz 10,11 punt 13 a,c).

30.          Er  moeten meer getallen op de verticale as staan. (blz 10,11 punt 13 a,c).

31.          Gebruik asafsnijdingen zodat het gebied waar de grafiek loopt groot mogelijk wordt. (blz. 10,11 punt 13 a,c).

32.          Bij de horizontale as staan teveel decimalen (blz. 11 punt 13 a,e).

33.          Bij de verticale as staan teveel decimalen (blz. 11 punt 13 a,e).

34.          De assen moeten iets dikker. (blz. 12 punt 14b).

35.          Niet alles is 8 punts, vet. (blz. 12 punt 14c).

36.          De grootheid en eenheid van de verticale as moet horizontaal staan. (blz. 12 punt 14e).

37.          De grootheden en de eenheden moeten bij de uiteinden van de assen staan (blz. 13 punt 14 f).

38.          Door alle lijntjes zijn de vergelijkingen niet goed zichtbaar. Die moet je

nog opmaken. (blz. 13 punt 15).