·
OPDRACHTEN GRAFIEKEN
MAKEN OP DE COMPUTER (C010)
Een tabel voor een verslag moet aan de volgende
voorwaarden voldoen:
1 De titel van de proef moet er boven staan.
2 Eventueel staan er ondertitels onder voor de verschillende meetseries.
3 Boven iedere kolom moet de grootheid en de eenheid staan.
4 Sommige kolommen kun je uitrekenen met Microsoft Excel.
Een voorbeeld van een goede tabel zie je hieronder:
|
Een oefenproef |
||||
|
|
Meetserie 1 |
Meetserie 2 |
||
|
|
Stroomsterkte = |
Stroomsterkte = |
||
|
kracht |
volume |
1/volume |
volume |
1/volume |
|
F in N |
V in liter |
1/V in 1/liter |
V in liter |
1/V in 1/liter |
|
0,0 |
25,0 |
0,0400 |
50,0 |
0,0200 |
|
10,0 |
22,9 |
0,0437 |
42,6 |
0,0235 |
|
20,0 |
20,4 |
0,0490 |
38,1 |
0,0262 |
|
30,0 |
18,6 |
0,0538 |
33,3 |
0,0300 |
|
40,0 |
17,5 |
0,0571 |
30,0 |
0,0333 |
|
50,0 |
15,8 |
0,0633 |
27,1 |
0,0369 |
|
60,0 |
15,0 |
0,0667 |
25,0 |
0,0400 |
|
70,0 |
13,5 |
0,0741 |
23,2 |
0,0431 |
|
80,0 |
13,0 |
0,0769 |
21,6 |
0,0463 |
|
90,0 |
12,5 |
0,0800 |
20,0 |
0,0500 |
|
100,0 |
12,0 |
0,0833 |
19,1 |
0,0524 |
Technieken die je nodig hebt het maken van een tabel:
1 Getallen intikken Gebruik
echte komma’s.
2 Fout herstellen Klik
op het kromme pijltje in de werkbalk. ![]()
3 Breedte van de kolommen
veranderen. Selecteer de
kolommen. Klik in werkbalk Opmaak Kolom Breedte
4 Cellen samenvoegen Selecteer de
cellen. Klik in werkbalk op
samenvoegen en centreren.
5 Aantal
cijfers achter de komma instellen a
Selecteer de cellen.
b Klik
rechts.
c Kies
celeigenschappen.
d Kies
tabblad “getal”
e Kies bij
categorie voor “getal”
f Stel het
aantal decimalen in.
6 Kolommen
selecteren die niet naast elkaar staan.
Houd de
<ctrl>toets ingedrukt terwijl je de cellen selecteert. Dit is b.v. handig
als je de decimalen voor meerdere kolommen tegelijk wilt instellen.
7 Getallen uitrekenen met
een formule
Een
formule begint in Excel met een = teken. / betekent delen, * betekent
vermenigvuldigen, ^ betekent machtsverheffen.
Stel dat de getallen in
kolom A gedeeld moeten worden door de getallen in kolom B en dat de uitkomst in
kolom C terecht moeten komen.
a Selecteer de cellen waar
de uitkomsten moeten komen. Eén cel wordt dan wit en de rest van de kolom
krijgt een andere kleur.
b Tik =A6/B6
als cel C6 de witte cel is.
c Klik
<CTRL><Enter>tegelijk dan rekent hij in één keer de hele kolom uit.
Zie ook reeks doorvoeren
8 Rijen
invoegen en verwijderen a
Selecteer een rij. Dit doe je door helemaal links op een nummer te klikken.
b
Klik rechts.
c
Kies “invoegen” of “verwijderen”.
9 Opmaak a
Selecteer alle cellen die wilt opmaken. Zie ook opmaak cel
b Stel in de
werkbalk het lettertype in op Arial.
c Titels moeten
vet.(Bold).
d Lettergrootte
van de titel b.v. 14, ondertitels 12 en getallen 10.
e Grootheid en
eenheid moeten recht boven de getallen staan.
Hiervoor maak je gebruik van
centreren of
rechts uitlijnen.
10
Superscript en subscript a
Superscript zoals in dm3 en subscript
zoals in H2O maak je als volgt:
b Typ “dm3”.
c Selecteer “
d Kies in de
werkbalk “opmaak”, “celeigenschappen”.
e Vink
“superscript” aan in klik op “OK”.
f Voor superscript
2 en 3 kan het vanaf Windows XP ook
korter: gebruik de rechter Alt-toets in combinatie met de 2 of de 3.
11
Voorbereiding afdrukken tabel a
Kies in de werkbalk Bestand,
Afdrukvoorbeeld.
b Je kunt nu goed
zien of alles er op past.
c Kies sluiten.
d Als het goed is
zie je nu stippellijnen rechts en onder lopen. Daaraan kun je zien hoe groot 1
pagina is.
e Zie je geen
stippellijnen dan kun aanhouden dat de breedte tweederde van je beeldscherm is
en de hoogte tot en met regel 49.
·
Gebruik komma’s.
·
Kopjes en getallen centreren.
·
Aantal decimalen instellen.
·
Titel vet en groter.
·
Formules beginnen met een = teken
·
Veel dingen kun je instellen door te selecteren, werkbalk
opmaak, celeigenschappen.
De metingen die je in een tabel hebt uitgezet kun je
vervolgens verwerken in een grafiek. Hieronder zie je een voorbeeld van een
goede grafiek:
Het maken van een basisgrafiek:
|
1 Komma’s. |
|||
|
2 Grafiektype. |
a Selecteer een 1eeg
vakje. b Klik op de wizard grafieken c Stap1 Grafiektype: Kies altijd grafiektype
“spreiding” en subtype “losse punten” |
||
|
3 Gegevens uit de tabel in de grafiek |
a Stap 2 Gegevensbron,
Tabblad gegevensbereik: vul bij gegevensbereik niets in. Wanneer je
gegevens in kolommen staan klik je op kolommen anders op rijen. b Tabblad reeks
Kies toevoegen.(Wanneer er al een reeks staat verwijder je eerst alle
reeksen). c Typ in de bovenste regel
“Naam” de naam in van meetserie 1. Dat moet zo kort mogelijk. Wanneer je maar
één meetserie hebt hoef je hier niks in te vullen. d Ga in het vakje achter
‘x-waarden’ staan. e Selecteer de metingen
van de eerste serie die bij de x-as horen. Lees in de opdracht nog eens wat
op de x-as moet. f Herhaal dit voor de
Y-waarden. g
Klik op toevoegen en herhaal alles voor de tweede meetserie. |
||
|
a Stap 3: Grafiekopties,
Tabblad Titels: vul de titel van de proef en de grootheden en eenheden
bij de assen in; zie het plaatje hieronder. Lees nog eens goed in de opdracht
wat er horizontaal en verticaal moet komen en controleer of de metingen er
goed in staan. Vanaf Windows XP kun je zoiets als cm3 krijgen door
de rechter Alt-toets tegelijk in te drukken met de 3. b
Tabblad Assen. Waardeas (X) en Waardeas (Y) moeten aangevinkt zijn. c Tabblad Rasterlijnen:
Vink alles aan. d Tabblad Legenda.
Kies “onder”. Later kun je de legenda zonodig nog verplaatsen of verwijderen. |
|||
|
|
|
|
|
|
5 Grafiek zo groot mogelijk. |
Stap 4 Locatie: Meestal is de beste keus
“Als een nieuw blad”omdat je dan een grote grafiek krijgt. Alleen als je
tabel en grafiek op één blad wilt hebben, kies je voor ”Als object in”. |
||
|
Klik in de werkbalk op “grafiek” . In het
uitrolmenu kun je dan weer kiezen tussen “grafiektype”, “brongegevens”,
“grafiekopties” en “locatie”. Je kunt ook rechts klikken op de buitenkant van
de grafiek. |
|||
|
7 Gemiddelde lijn tekenen. Hier zijn twee mogelijkheden: het is een rechte lijn of het is een kromme lijn. Probeer altijd eerst of een rechte lijn goed past.
Kijk naar het rechterrijtje figuren. Er mogen best punten naast de lijn
liggen. Dat zijn meetonnauwkeurigheden. Vraag je ook altijd af of de lijn
door de oorsprong (0,0) hoort te gaan. Zonodig dwing je hem door de oorsprong
te gaan. Wanneer het een kromme lijn moet worden ga je door
naar punt 8.
|
|||
echte
gemiddelde lijn
|
a Klik rechts op een meetpunt. Tabblad Opties ·
Trendlijnnaam: automatisch. ·
Voorspelling: hiermee kun je de lijn extrapoleren (= naar
voren en achteren verlengen) Lees op de horizontale as af hoeveel je de lijn
naar links of naar rechts wilt verlengen. ·
Snijpunt met de y-as instellen op 0: dit vink je alleen
aan als je zeker weet dat de lijn door de oorsprong (0,0) moet gaan. B.v. als
het volume van een blokje 0 is dan is zijn massa ook 0. ·
Vergelijking weergeven: aanvinken. ·
R-kwadraat weergeven: niet aanvinken. (R2 geeft
aan hoe goed de berekende functie bij de meetpunten past. Als alle punten
perfect op de grafiek van de berekende functie liggen, dan heeft R2
de waarde 1. Als de functie heel slecht bij de meetpunten past, dan heeft R2
de waarde 0.) e
Herhaal alles voor de andere meetserie. |
||
|
a Print de grafiek uit met losse punten. (eventueel
verbeter je eerst de opmaak: zie de volgende paragraaf) b Teken met gepunt potlood een gladde kromme
zonder al teveel bochten. |
|||
|
Beweeg met je muis langzaam op een meetpunt totdat
het labeltje “reeks punt …”
verschijnt. Klik rechts en kies “gegevensreeks opmaken” Tabblad “patronen”.
Stel ”lijn” in op “geen”. |
|||
|
|
|
|
|
Je basisgrafiek is nu klaar. Sla hem op. Voor een snelle grafiek is dit
voldoende en mag je hem uitprinten. Print ook de tabel uit en voeg die erbij.
Wanneer de grafiek bedoeld is voor een verslag of het moet om een andere
reden netjes, dan ga je de opmaak verder verbeteren. Hoe dit moet staat in de
volgende paragraaf.
·
Grafiektype spreiding en
losse punten.
· Grootheden en eenheden bij
uiteinden van de assen.
· Lees in de opdracht wat
horizontaal moet.
· Een titel erboven. Dit is
meestal de naam van de proef.
· Locatie: als nieuw blad, dan
wordt de grafiek zo groot mogelijk.
·
Bij een gemiddelde lijn mogen er punten naast de lijn
liggen. Dat zijn meetonnauwkeurigheden.
· Een kromme lijn teken je met
gepunt potlood.
· Voor een rechte lijn gebruik
je een trendlijn.
· Laat de vergelijking van de
lijn weergeven.
· Oorsprong: Bedenk of de lijn
door (0,0) moet . Als x nul is, is y dan ook nul?
· Extrapoleren: Laat de lijn
een stukje doorlopen voorbij het laatste meetpunt.
OPMAAK
VAN DE GRAFIEK
|
10 Tekengebied (wat nu grijs is) in orde
maken. |
|
|
Wanneer het volgende niet lukt moet je
eerst bij grafie/grafiekopties de rasterlijnen tijdelijk uitvinken. Na afloop
vink je ze dan weer aan. a Houd de muis bij een meetpunt totdat je
“Reeks… “ ziet. Rechtsklik en kies “gegevenreeks opmaken”. b Tabblad patronen ·
Lijn:
geen. ·
Markering:
aangepast, Nu eerst: Achtergrond: wit, Voorgrond: automatisch, Stijl:
bij voorkeur x of +. ·
Grootte:
8 punten. ·
Schaduw:
uitvinken. c Aan de overige tabbladen hoef je niets te
doen. d Herhaal dit voor iedere meetserie punten. |
|
|
Er zijn twee soorten rasterlijnen.
De primaire rasterlijnen lopen bij een getal op de as. De secundaire
rasterlijnen zijn de lijnen ertussen. a Vink in het menu bij
grafiek/grafiekopties de secundaire rasterlijnen uit. b Rechtsklik op een
horizontale primaire rasterlijn. Kies “Raster opmaken” tabblad
patronen. ·
Lijn aangepast. ·
Stijl _______ ·
Kleur rood (mits je een kleurenprinter hebt) ·
Dikte: op één na dunste c Herhaal dit voor de primaire verticale
rasterlijn. d Vink bij grafiek/grafiekopties de secundaire
rasterlijnen weer aan. e Rechtsklik nu op een
horizontale secundaire rasterlijn. Herhaal alles maar kies bij dikte: de
dunste. f Doe het zelfde voor de
verticale secundaire rasterlijn. |
|
|
a Klik met je
rechtermuisknop op de getallen van de x-as (horizontaal) en kies “As
opmaken”. b
Tabblad Patronen: ·
Lijnen: aangepast, stijl ____, kleur automatisch, dikte
derde van boven. ·
Primaire maatstreepjes kruisend. ·
Secundaire maatstreepjes geen. ·
Maatstreeplabels naast de as. c Tabblad Schaal ·
Alles uitvinken behalve “Waarde Y snijdt bij |
|
|
|
|
|
14 Titel, grootheden met eenheden en legenda
opmaken. |
a Rechtsklik op de grootheid en de
eenheid van de y-as. Kies “Astitel opmaken”. b Tabblad Patronen ·
Rand:
aangepast, type: ____, dikte: de op één na dunste. ·
Schaduw:
aanvinken. ·
Vlak:
wit. c Tabblad Lettertype ·
Lettertype:
arial, Tekenstijl: vet, Punten: 8. De grafiektitel moet echter groter: punten
12. ·
Onderstrepen:
geen, Kleur: automatisch, Achtergrond: automatisch. ·
Effecten:
niet aanvinken. Je kunt dit gebruiken bij b.v. m2. Selecteer
daarvoor alleen het tweetje en rechtsklik. Kies “as opmaken” en vink in het
tabblad lettertype “superscript aan”. ·
In
de tekstverwerker “Microsoft Word” kun je superscript verkrijgen door de
toetsen <ctrl><shift><+> tegelijk in te drukken en
subscript met <ctrl><=>. Met dezelfde toetsen sluit je dit ook
weer af. ·
Automatisch
schalen: aanvinken. d Tabblad Uitlijning ·
Tekst
uitlijning gecentreerd. ·
Stand
0 graden. ·
Tekstrichting
“context”. (ontbreekt in Excel 2000) e Herhaal alles voor de x-as, de
legenda en de titel. f Plaatsing ·
Sleep
de grootheid met de eenheid vlak voor het uiteinden van de as. Is er links
van de as te weinig plaats dan mag je hem ook in het raster rechts van de as
plaatsen. ·
Legenda.
Bij veel lijnen in een grafiek kun je de legenda ook rechts plaatsen.
Rechtsklik hiervoor op de legenda en kies het tabblad “plaatsing”. |
|
|
|
|
15 Vergelijking van de trendlijn opmaken. |
a Rechtsklik op de vergelijking en
kies “gegevenslabels opmaken”. b Tabblad patronen als bij
14b, c Tabblad lettertype als bij
14c. d Tabblad getal Categorie:
getal, aantal decimalen: zorg dat iedere term uit minimaal twee cijfers
bestaat die niet nul zijn. e Tabblad uitlijning als bij
14d. f Plaatsing: bij de
uiteinden van de lijn maar niet op de lijn. |
|
16 Afdrukken |
Druk nu tabel en grafiek af. Zet op
school tussen haakjes je naam achter de titel van de grafiek. Dan kun je zien
dat het jouw grafiek is als hij uitgeprint is. |
·
Grafiek zo groot mogelijk: marges op nul.
·
Achtergrond moet wit zijn.
·
Asafsnijding: zelf minimum en maximum bepalen.
·
Raster fijn maken.
·
Lettertype arial, 8-punts vet bij alles behalve de titel.
FUNCTIE BIJ
EEN NIET LINEAIRE GRAFIEK
In het onderdeel ‘grafiek maken’ werd gezegd dat je bij een lineaire
grafiek een functie kunt laten berekenen. Bij niet lineaire grafieken kan dit
ook, maar dan moet je wel een vermoeden hebben van het verband tussen de twee
grootheden.
|
t (s) |
s (m) |
|
0,00 |
0,000 |
|
0,10 |
0,060 |
|
0,20 |
0,230 |
|
0,30 |
0,515 |
|
0,40 |
0,910 |
|
0,50 |
1,425 |
Bij het verband tussen de valtijd en valafstand (zie de tabel hiernaast)
kun je laten zien dat het een kwadratisch verband is door de constante s/t2
te berekenen.
Op dat moment zijn er twee mogelijkheden.
-
De
grafiek rechttrekken door t2 op de horizontale as te zetten.
-
De
kwadratische functie laten berekenen door Excel.
Bij de eerste manier zet je t2 op de horizontale en s
op de verticale as. Vervolgens kun je stap 7 van het onderdeel ‘grafiek maken’
doorlopen. De vergelijking die je dan vindt is:
s = 5,6997 · t2
In het tweede geval maak je gewoon een (s,t)-diagram en kies je bij de
optie ‘Trendlijn toevoegen’ de polynoom van de 2e graad. Je krijgt
dan de grafiek zoals hieronder is weergegeven. De functie die je nu vindt is:
s = 5,6696 · t2
+ 0,0109 · t + 0,0009

Je ziet dat de functies iets van elkaar verschillen, ondanks dat ze
allebei R2 = 1 hebben.
Aangezien je metingen zelf in twee significante cijfers zijn, geef je de
constanten in de formule ook in 2 significante cijfer. Aangezien we hier op
zoek zijn naar een kwadratisch verband, geven als verband tussen s en t:
s = 5,7 · t2
Bij stap 7 kun je kiezen voor de volgende verbanden:
Logaritmisch: y
= a×ln x + b Lineair: y = a×x + b
Macht: y = a×xb Exponentieel:
y = a×eb×x
Polynoom : y
= a + b×x + c×x2 + d×x3 + … (afhankelijk van de graad die je kiest)
OPDRACHTEN
GRAFIEKEN MAKEN OP DE
COMPUTER (C010)
Vragen:
1.
Noem
drie punten uit de aandachtspuntenlijst die er voor zorgen dat je een grafiek
zo precies mogelijk kunt aflezen.
2.
Wat
moet er bij de uiteinden van de assen staan?
3.
Leg
uit waarom een schaalverdeling van 3 per
4.
Leg
uit waarom er soms punten naast de lijn liggen.
5.
Iemand maakt een grafiek van de massa en
volume van blokjes die van dezelfde stof gemaakt zijn. Leg uit of de grafiek in
de oorsprong (0,0) moet beginnen.
6.
In iedere grafiek hieronder ontbreken wat
zaken. Schrijf het met potlood erbij of teken het. Wanneer je niet
precies kunt weten wat er dan wel moet staan schrijf je in ieder geval op wat
er ontbreekt.
|
|
|
|
a Wat ontbreekt? .……………………………………………….. ………………………………………………… |
b Wat ontbreekt? .………………………………………………… ………………………………………………… |
|
|
|
|
c Wat ontbreekt? .……………………………………………… ………………………………………………… |
d Wat ontbreekt? .………………………………………………… ………………………………………………… |
|
|
|
|
e Wat ontbreekt? .……………………………………………….. ………………………………………………… |
f Wat ontbreekt? .………………………………………………… …………………………………………………. |
CONTROLE
|
Proefje
vraag 7 |
|
|
Massa in g |
Volume in cm3 |
|
4,0 |
2,0 |
|
10,2 |
5,1 |
|
12,8 |
8,1 |
|
20,0 |
10,0 |
|
24,0 |
12,0 |
Vraag 7
Maak de tabel hierboven in Excel volgens het stappenplan hieronder.
a. Open Excel op een nieuw blad
en sla dit op in de map die de docent vertelt onder de naam “klasachternaam”.
Sla daarna om de vijf minuten op door op het disketteteken te drukken.
b. Zoek in de “Handleiding
Grafieken en Tabellen” de bladzijde op die als titel heeft: “Handleiding
tabel maken.”
c.
Typ
de tabel hierboven over. Hoe je een fout moet herstellen of de breedte van een
kolom moet veranderen staat bij punt 2 en 3 van de handleiding.
d.
Selecteer
alles en centreer alles.
e.
Stel het aantal cijfers achter de komma in op het aantal cijfers dat
hierboven ook staat. Hoe dit moet staat in punt 5 van de handleiding. Sla je
tabel op en laat hem CONTROLEREN.
8
Maak van de tabel hierboven een grafiek die aan de volgende eisen voldoet:
·
horizontaal volume in cm3
·
verticaal massa in gram
Vergeet
niet om regelmatig alles op te slaan. En eventueel een backup-bestand te maken.
a. Zoek in de “Handleiding
Grafieken en Tabellen” de bladzijde op die als titel heeft: “Handleiding
grafiek maken.”
b. Open als dat nog niet
gebeurt is, je Excel werkblad met de tabel van vraag 7.
c. Volg nu de handleiding punt 2 tot en met 7d.
9 Neem de volgende tabel over in Excel precies zoals hij hier staat;
dus horizontaal.
|
Blokjes |
||||||
|
Massa m in kg |
4,3 |
6,4 |
8,3 |
9,4 |
10,8 |
15,7 |
|
Volume V in dm3 |
12,9 |
19,6 |
24,2 |
27,0 |
33,8 |
48,2 |
10 Maak van de tabel hierboven een grafiek met als titel “blokjes”:
Zet
volume in dm3 horizontaal en massa in kg verticaal.
Gebruik de “Handleiding grafiek maken
punt 1 tot en met 7 d. Laat regelmatig controleren en sla alles regelmatig op.
11 Maak bij de grafiek van vraag 10 nu ook de opmaak in orde. Voer dus
punt 10 tot en met 15 van de handleiding uit.
12 Neem de volgende tabel over in Excel.
|
Verwarmen van
vloeistoffen |
||
|
|
water kwik |
|
|
tijd t |
Temperatuur T |
Temperatuur T |
|
in s |
in EC |
in EC |
|
0,0 |
20,0 |
20,0 |
|
30,0 |
41,1 |
62,6 |
|
60,0 |
60,1 |
100,1 |
|
90,0 |
74,3 |
143,3 |
|
120,0 |
88,6 |
180,0 |
|
150,0 |
94,3 |
227,1 |
|
180,0 |
97,1 |
260,0 |
|
210,0 |
99,5 |
300,8 |
|
240,0 |
100,0 |
336,5 |
|
270,0 |
100,0 |
367,2 |
|
300,0 |
100,0 |
390,4 |
13 Maak van de tabel hierboven een
volledig opgemaakte grafiek met: horizontaal
de tijd in s en verticaal de
temperatuur in oC.
Je hebt nu te maken met twee meetseries. Dat betekent dat je bij punt 3
van de “Handleiding grafieken” een tweede meetserie moet aanmaken. Je moet dus
ook twee trendlijnen maken.
Dit worden kromme lijnen dus maak geen trendlijnen maar print de
grafiek met losse punten uit en teken de lijnen met de hand. Laat regelmatig
controleren en sla alles regelmatig op.
|
Een oefenproef |
||||
|
|
|
|
|
|
|
|
Meetserie 1 |
Meetserie 2 |
||
|
|
Stroomsterkte = |
Stroomsterkte = |
||
|
kracht |
volume |
1/volume |
volume |
1/volume |
|
F in N |
V in liter |
1/V in 1/liter |
V in liter |
1/V in 1/liter |
|
0,0 |
25,0 |
|
50,0 |
|
|
10,0 |
22,9 |
|
42,6 |
|
|
20,0 |
20,4 |
|
38,1 |
|
|
30,0 |
18,6 |
|
33,3 |
|
|
40,0 |
17,5 |
|
30,0 |
|
|
50,0 |
15,8 |
|
27,1 |
|
|
60,0 |
15,0 |
|
25,0 |
|
|
70,0 |
13,5 |
|
23,2 |
|
|
80,0 |
13,0 |
|
21,6 |
|
|
90,0 |
12,5 |
|
20,0 |
|
|
100,0 |
12,0 |
|
19,1 |
|
14 Maak de tabel hierboven in Excel volgens de “Handleiding tabel maken”. De derde en de vijfde kolom laat je door het programma
uitrekenen. Hoe dit moet staat in punt 7 van de handleiding. Pas op dat je
cellen samenvoegt en geen kolommen! Vraag zonodig hulp.
15 Maak van de tabel hierboven een grafiek die aan de volgende eisen
voldoet:
·
horizontaal 1/volume in 1/liter
·
verticaal de kracht in Newton
·
Beide meetseries moeten
in de grafiek verwerkt worden. Je krijgt dus twee lijnen.
·
Verder willen we de lijnen
door laten lopen tot x = 0 (de y-as). Dat betekent dat
we negatieve y-waarden kunnen krijgen. Tip: laat de y-as beginnen bij -100.
·
Vergeet niet om
regelmatig alles op te slaan. En eventueel een backup-bestand te maken.
16 Maak in de tabel van vraag 12 hierboven een nieuwe kolom voor
temperatuurverschil in°C. Gebruik een formule (=teken) om de dichtheden door
Excel uit te laten rekenen.
De formule luidt: temperatuurverschil = temperatuur kwik – temperatuur
water
Kijk nog eens bij de handleiding voor tabellen maken bij punt 7 hoe dat
moet.
17 Maak in de tabel van vraag 9 hierboven een nieuwe rij voor dichtheid
in kg/dm3. Gebruik een formule om de dichtheden door Excel uit te
laten rekenen. De formule luidt:
![]()
18 Maak een grafiek met als titel “De fiets” van de onderstaande tabel.
Horizontaal moet de tijd in s staan en verticaal snelheid in m/s. Bepaal van de
grafiek die hoort bij de tabel hieronder het snijpunt met de x-as.
|
Snelheid v in m/s |
9,3 |
11,4 |
13,3 |
14,4 |
15,8 |
20,7 |
|
Tijd t in s |
14,9 |
21,6 |
26,2 |
29,0 |
35,8 |
50,2 |
19 Maak in de tabel van de vraag hierboven een nieuwe rij voor afstand
in m. Gebruik een formule om de dichtheden door Excel uit te laten rekenen. De
formule luidt:
Afstand = snelheid x tijd
FOUTENLIJST
Het moet uiteindelijk zoiets worden zoals de grafiek
op blz 3 van het grafiekboekje. Achter iedere fout staat waar in de handleiding
je moet zijn om het te verbeteren.
1.
Het aantal cijfers achter de komma is niet bij alle getallen
in een kolom hetzelfde. (blz.4 punt 5).
2.
Alles moet gecentreerd. (blz. 5 punt 9e).
3.
Je hebt de getallen in de nieuwe rij of kolom niet met een
formule door het programma laten uitrekenen. (blz. 4 punt 7).
4.
In je grafiek zitten rare fouten. Dat komt omdat je in de
tabel punten hebt gebruikt in plaats van komma’s. (blz 4 punt 1).
5.
Je hebt het verkeerde grafiektype. Klik op de grafiek en
kies bovenaan in het menu “grafiek, grafiektype”. Kies “spreiding” en bij
subtype losse punten.
6.
Je hebt de verkeerde kolommen geselecteerd. Lees de opdracht
nog eens goed; wat moet horizontaal (x-as) en wat verticaal (y-as). Klik op de
grafiek en kies bovenaan in het menu “grafiek, brongegevens”. (zie verder blz 6
punt 3).
7.
Er zit een rare fout in je grafiek. Dit komt omdat je in de
tabel ook de kopjes hebt geselecteerd. Je moet alleen getallen selecteren. Klik
op de grafiek en kies bovenaan in het menu “grafiek, brongegevens”. (zie verder
blz 6 punt 3).
8.
Je bent een grootheid of een eenheid vergeten. Klik op de
grafiek en kies bovenaan in het menu “grafiek, grafiekopties”. (zie verder blz
6 punt 4a).
9.
Je bent de rasterlijnen vergeten. Klik op de grafiek en kies
bovenaan in het menu “grafiek, grafiekopties”. (zie verder blz 6 punt 4c).
10.
De legenda moet eronder staan vanwege de ruimte. Rechtsklik
erop.
11.
De grafiek is veel te klein. Klik op de grafiek en kies
bovenaan in het menu "grafiek, locatie, als nieuw blad".
12.
Je bent de lijn vergeten. (blz. 8,9 punt 7).
13.
De lijn is te dik. (blz. 9 punt 7d).
14.
Je bent de vergelijking van de lijn vergeten. (blz. 9 punt
7d).
15.
Je lijn moet doorlopen tot de y-as. (blz. 9 punt 7d).
16.
Je lijn moet iets naar rechts verlengd worden. (blz. 9 punt
7d).
17.
Je lijn moet door de oorsprong gedwongen worden. (blz. 9
punt 7d).
18.
De lijn moet krom zijn in plaats van recht. (blz. 9 punt 8).
19.
De lijn moet recht zijn i.p.v. krom. (blz. 9 punt 7).
20.
Er loopt een kronkellijntje door de punten. (blz. 9 punt 9).
21.
Het tekengebied moet wit. (blz. 10 punt 10).
22.
De tekengebied van de grafiek moet groter. (blz. 10 punt 10
c, e).
23.
Gebruik + of x voor de meetpunten. (blz. 10 punt 11).
24.
Wanneer je twee lijnen hebt moet je ook twee soorten tekens
gebruiken. Bij
de ene kruisjes en bij de
ander b.v. plusjes. (blz. 10 punt 11).
25.
Je rasterlijnen zijn te dik. (blz. 10 punt 12).
26.
De primaire en de secundaire rasterlijnen zijn even dik.
(blz. 10 punt 12).
27.
De horizontale schaalverdeling moet fijner verdeeld worden.
De secundaire
eenheid moet tien keer zo
klein als de primaire eenheid. (blz 10,11 punt
28.
De verticale schaalverdeling moet fijner verdeeld worden. De
secundaire
eenheid moet tien keer zo
klein als de primaire eenheid. (blz 10,11 punt
29.
Er moeten meer
getallen op de horizontale as staan. (blz 10,11 punt
30.
Er moeten meer getallen
op de verticale as staan. (blz 10,11 punt
31.
Gebruik asafsnijdingen zodat het gebied waar de grafiek
loopt groot mogelijk wordt. (blz. 10,11 punt
32.
Bij de horizontale as staan teveel decimalen (blz. 11 punt
33.
Bij de verticale as staan teveel decimalen (blz. 11 punt
34.
De assen moeten iets dikker. (blz. 12 punt 14b).
35.
Niet alles is 8 punts, vet. (blz. 12 punt 14c).
36.
De grootheid en eenheid van de verticale as moet horizontaal
staan. (blz. 12 punt 14e).
37.
De grootheden en de eenheden moeten bij de uiteinden van de
assen staan (blz. 13 punt
38.
Door alle lijntjes zijn de vergelijkingen niet goed
zichtbaar. Die moet je
nog opmaken. (blz. 13 punt
15).