Het maken van formules en voorbeelden

 

 

 

 

Bij het gebruik van een formule zet je de volgende 4 stappen;

 

Stap 1

Stap 2

Stap 3

Stap 4

 

Ga in de cel staan waar je het resultaat wilt zien.

Type het = teken met het toetsen bord.

Maak je formule met getallen, celadressen en tekens als * + - / en ( en )

Druk op Enter om de formule te bevestigen (of pijltje omlaag)

 

Het rekenen gebeurt met de waarde die staat in de celadressen als B14 of A6 of C16.

De volgende tekens gebruik je om een formule te laten berekenen;

+ is het optel teken, om getallen of celwaarden bij elkaar op te tellen.

- in het minteken, om getallen of celwaarden van elkaar af te trekken.

* is het maal teken voor de vermenigvuldiging van cellen.

/ is het deel teken om te delen door een getal of een celwaarde

( en ) haakjes openen en sluiten om in een berekening met de juiste uitkomst te rekenen.

 

De volgende voorbeelden kun je ook in dit voorbeeld werkblad of spreadsheet bekijken;

 

1

Voorbeeld 1

In Cel A3 wil je de som van de waarde die in A1 plus A2 staat laten zien;

In A3 type je dan de formule;

  • =A1+A2

Je kunt A1 en A2 intypen, maar je mag ook gewoon die cellen aanwijzen.

voorbeeld werkblad of spreadsheet

 

2

 

Voorbeeld 2

In Cel B3 wil je het verschil laten zien van B1 min B2.

In B3 type je dan de formule;

  • =B1-B2

voorbeeld werkblad of spreadsheet

3

 

Voorbeeld 3

In cel C3 wil je de helft van A1 plus A2 plus B1 plus B2 laten zien;

In C3 type je dan de formule;

  • =(A1+A2+B1+B2)/2    of

  • =0,5*(A1+A2+B1+B2)

Beide formules zijn goed.

Bij de eerste formule deel je door 2 nadat je eerst tussen haken alles hebt opgeteld.

Bij de tweede formule vermenigvuldig je met 0,5 nadat je eerst tussen haken alles hebt opgeteld.

voorbeeld werkblad of spreadsheet

 

4

Voorbeeld 4

In cel D3 wil je 2 keer de waarde van A1 + A2 gedeeld door de waarde van B1 + B2 laten zien;

 

In cel D3 type je dan de formule;

  • =2*(A1+A2)/(B1+B2)

voorbeeld werkblad of spreadsheet

 

5

Stel er zijn vier mensen die appels plukken.

1 plukt 12 appels

1 plukt 17 appels

1 plukt 20 appels

1 plukt 16 appels.

 

Je wilt weten hoeveel appels er totaal geplukt zijn en ze daarna eerlijk verdelen onder de 4 plukkers.

 

Zet in E1 het aantal appels van plukker 1

Zet in E2 het aantal appels van plukker 2

Zet in E3 het aantal appels van plukker 3

Zet in E4 het aantal appels van plukker 4

 

De formule in E5 die alle geplukte appels bij elkaar op telt wordt dan;

  • =E1+E2+E3+E4

 

De formule in A6 die het aantal appels per plukker uitrekent wordt dan;

  • =E5/4

Hierbij reken je dus verder met de uitkomst die in A5 wordt berekent.

Het is niet nodig om de formule =(E1+E2+E3+E4)/4 te gebruiken.

 

voorbeeld werkblad of spreadsheet